Center for Artefact Research VZW wil de studie van archeologische artefacten promoten als middel tot de studie van menselijk gedrag in het  verleden. Aan de hand van drie pijlers proberen we dit doel te verwezenlijken door:

  • het uitvoeren en/of mogelijk maken van archeologische materiaalstudies (determinatie, inventarisatie, analyses, syntheses, doctoraten, masterpapers, etc. )
  • dit vakgebied waar nodig een impuls te geven en het belang en de resultaten van dergelijk onderzoek onder de aandacht brengen, zowel in binnen- als buitenland
  • de kennisopbouw en -verspreiding van dit vakgebied te promoten door o.a. het houden van lezingen, het organiseren van congressen, studiedagen, tentoonstellingen, workshops, stages en opleidingen, het verzorgen en verspreiden van publicaties, het betrekken en begeleiden van studenten en andere geïnteresseerden, het opbouwen van een raadpleegbare referentiecollectie en bibliotheek, etc...


Het laatste nieuws over CAR :

Artefact van de maand: speelschijven

De geschiedenis van het bordspel gaat verder terug dan je denkt. Dit wordt niet alleen duidelijk uit iconografische en historische bronnen maar ook door allerlei speelvoorwerpen die in het archeologisch bodemarchief opduiken.

Zo werden tijdens opgraving op de Grote Markt te Mechelen verschillende middeleeuwse speelschijven teruggevonden. Het gaat zowel om gedecoreerde houten exemplaren als simpele aardewerken schijfjes die gerecupereerd werden uit afgedankte daktegels. Aardewerken exemplaren werden niet alleen uit bouwkeramiek vervaardigd maar soms ook uit potscherven. In beide gevallen was het een kwestie van de scherf tot de gewenste grootte te herleiden en de hoeken af te ronden. Speelschijven zijn alledaagse voorwerpen die zowel door kinderen als volwassenen werden gebruikt.

In tegenstelling tot bv. schaakstukken behoorden speelschijven niet exclusief tot één spel toe. Er bestaat een hele resem aan spelen die gebruikmaken van speelschijven: dammen, molenspel, triktrak of kwaakbord (een variant van het Engelse backgammon), etc. Hoewel deze spelletjes door jong en oud werden gespeeld waren sommigen, zoals triktrak, eigenlijk gokspelen waarbij vaak om grof geld werd gespeeld. Dit zorgde ervoor dat de autoriteiten ze soms aan banden probeerden te leggen. Zo werden ze in sommige steden verboden terwijl in andere het alleen werd toegestaan tijdens jaarmarkten of andere festiviteiten.

Dana Piessens, specialist (post)middeleeuws aardewerk

Artefact van de maand: fallusbeker

Op de Beestenmarkt te Sluis werd een zeldzame fallusbeker (1350-1450) aangetroffen in een tonput.

Dergelijk schertsdrinkgerei werd o.a. gebruikt in kroegen. Het ging dan niet alleen om grappige vormen, maar ook om uitdagingen in de vorm van puzzels (zoals bij de fopkannen) en handigheid (zoals bij het pasglas). Waarschijnlijk had de fallusbeker een fopeffect. Het drinken uit deze beker gaat aanvankelijk gemakkelijk, maar op het moment dat een luchtbel door de smalle schacht doordringt tot een van de ballen, klotst het bier er ineens uit. Dit zal een heftigere variant zijn van het effect dat men heden ten dage kent van het drinken van Kwak-bier uit het bijbehorende koestiersglas. De kans dat een, mogelijk reeds flink beschonken, drinker alles over zichzelf heen morste, zal hebben bijgedragen aan de algehele hilariteit en dubbele betekenis. Toch mag een symbolische betekenis niet volledig worden uitgesloten. Zo is het mogelijk dat de fallusbekers bedoeld waren voor bepaalde gelegenheden.

Meer weten? Zie het artikel Een laatmiddeleeuwse fallusbeker uit Sluis door Y. de Rue dat deze maand werd gepubliceerd in het magazine Vormen uit Vuur (233: 2017/1)

Yvonne de Rue, specialist (post)middeleeuws aardewerk

 

 

Artefact van de maand: Juliana gulden

De vondst van deze maand is voor sommigen archeologie, voor anderen nostalgie. Voor een van onze projecten bestuderen we momenteel een Nederlands assemblage (opgegraven door Sweco) van 19de- en 20ste-eeuws materiaal. Tussen dit materiaal troffen we deze Juliana gulden aan.

 

De munt dateert uit 1968 en behoort tot de eerste volledig nikkelen guldens die in omloop waren. Tot het jaar voordien werden guldens immers nog vervaardigd met een aanzienlijke hoeveelheid zilver, maar omwille van de stijgende zilverprijs en om de kosten van het productieproces te drukken werd in 1967 besloten om al het muntgeld compleet te vernikkelen.

 

Aan de wapenzijde van de munt staan onder het wapen een visje en een mercuriusstaf afgebeeld. Het gaat om een muntmeesterteken en een muntteken. Het aanbrengen van deze tekens is sinds de vroege 19de eeuw bij wet verplicht.

 

De muntmeester is de directeur van de Koninklijke Nederlandse Munt. Het visje was het meesterteken van de eerste muntmeester onder koningin Juliana: J.W.A. Van Hengel. Muntmeesters mogen zelf hun teken kiezen. In dit geval verwijst de vis waarschijnlijk naar zijn achternaam.

De mercuriusstaf is het muntteken van het munthuis te Utrecht. De geschiedenis van dit munthuis gaat terug tot 937, toen de Utrechtse bisschop het muntrecht verkreeg van de Rooms-Duitse keizer Otto I. Of: hoe een 20ste-eeuwse vondst het recente verleden verbindt met onze middeleeuwse roots.

 

Rik Lettany

 

 

 

 

Twitter

Nieuwsbrief

Wenst u zich in te schrijven voor onze nieuwsbrief ?
Dit kan door hieronder uw naam en e-mailadres in te voeren.